Villa's - geschiedenis regio Landen

Geschiedenis van de regio Landen
Geschied-en heemkundige kring Pepijn@Landen

DEZE WEBSITE IS IN OPBOUW. GELIEVE BIJGEVOLG ENIG GEDULD UIT TE OEFENEN.

Geschiedenis van de Landense regio
Ga naar de inhoud
Romeinen
De landelijke bewoning in Romeins België

De villadomeinen zelf waren in onze regio, met alle nodige bijgebouwen, groter en ook rijker uitgerust dan elders. Ze zijn ingenieus ingeplant in het landschap, kennen een gestadige ontwikkeling en groeien in de 2de eeuw na Christus uit tot prachtige residenties.

Op het grondgebied van Landen zijn 11 villadomeinen gekend:

  1. Landen Sinte-Gitter
  2. Landen Betsveld
  3. Landen Wingsveld
  4. Neerlanden Kloosterhof
  5. Rumsdorp Spijkel
  6. Attenhoven Heide
  7. Walsbets Hemelrijk
  8. Waasmont Sonval
  9. Wezeren Haenberg (Lazarij)
  10. Eliksem Konijnenberg
  11. Wange Damekot

Waar werden deze villa's ingeplant?

Waar het uitzicht op het landschap voortreffelijk is en waar water aanwezig was in de onmiddellijke omgeving.

Hoe zag het villadomein er uit?

  • Het domein bestond meestal uit een groot woonhuis naar mediterraan model, voorzien van alle comfort, zoals vloerverwarming (hypocaustum), een badvertrek, muurschilderingen en moza誰eken. Meestal was er zelfs een siertuin met een vijvertje aangelegd.
  • Rond dit woonhuis stonden de bedrijfsgebouwen, waaronder stallingen en schuren, in los verband met elkaar, alsmede de waterput.
  • Het erf was meestal afgebakend door een muurtje, een houten afspanning of een haag, waarschijnlijk voorzien van een ietwat monumentale ingang.
  • De voorname personen werden begraven in opvallende grafheuvels (tumuli) met rijke bijgaven, de anderen in kleine grafveldjes aan de rand van het villadomein.

Economische activiteiten

  • Binnen het viladomein: enige ambachtelijke activiteit (smidse...)
  • Andere benodigdheden, zoals aardewerk, konden verkregen worden in de grotere centra, zoals Tienen en Tongeren.
  • De belangrijkste activiteit van de villabewoners lag in de landbouwsector. Naast de oudere graansoorten emmer en gerst, werd vooral broodtarwe, rogge en spelt geteeld. Daarnaast: haver, vlas, rapen, wortels, bonen en vele andere groenten. Vermoedelijk had ieder domein zijn boomgaard.
  • In de veestapel namen runderen de belangrijkste plaats in gevolgd door schapen en varkens. Ook paarden, honden, kippen, eenden en ganzen werden op het erf aangetroffen. Afgezien van de consumptie werden deze dieren ook gehouden voor het leveren van trekkracht, zuivelproductie, wol, mest, huiden en been. Jacht speelde nog nauwelijks een rol in de voedselvoorziening. Wel werden lekkernijen als vis (meestal gezouten), oesters en natuurlijk ook wijn ingevoerd, soms van heel ver.
Referenties:
'M. Lodewijckx, 1991. Uit de grond van mijn hart'. Archeologie in het Landense. Geschied- en Heemkundige Kring Landen.
Kaart. Romeins België: landelijke bewoning. Opgemaakt door R. Laurent. Brussel 1972. Let wel, op de kaart zijn de administratieve grenzen van de provincies nog niet aangepast. Zo behoort Landen sinds de vastlegging van de taalgrens in 1963 tot de provincie (Vlaams-)Brabant, in plaats van de provincie Luik zoals aangeduid op de kaart. Elke stip op de kaart komt overeen met een gebouw waarvan het bestaan met een redelijke waarschijnlijkheid kon worden weerhouden. Bron: De landelijke bewoning in de Romeinse tijd. Archeologische kaarten van België. Nationale Dienst voor Opgravingen. Brussel 1972.


Terug naar de inhoud