Heiligen - geschiedenis regio Landen

Geschiedenis van de regio Landen
Heemkunde Pepijn@Landen

DEZE WEBSITE IS IN OPBOUW. GELIEVE BIJGEVOLG ENIG GEDULD UIT TE OEFENEN.

Geschiedenis van de Landense regio
Ga naar de inhoud
Middeleeuwen I
De eeuw der heiligen en het onstaan van parochies

De toekomstige Nederlanden werden tussen de 6de en 7de eeuw christelijk. Een belangrijke evangelisatiefase (kerstening) die zich rond 630 ontwikkelde was doorslaggevend. Koning Dagobert I speelde daarin een belangrijke rol. Hij kon rekenen op persoonlijkheden van eerste rang, vurige gelovingen die meestal tot de reguliere geestelijkheid behoorden - monikken dus (Amandus, Foillanus...)  - en afkomstig uit gebieden zoals Aquitanië, Engeland en Ierland, waar het christendom al stevig was geworteld. Hun eerste bekommernis was de bekering van de grootgrondbezitters: hun bezittingen boden middelen en steunpunten voor hun bekeringswerk (oprichting van abdijen en kloosters).
De stichters van deze abdijen en kloosters waren bisschoppen, missiemonikken of bekeerde grootgrondbezitters.
Itta en haar twee dochters Begga en Gertrudis speelden een rol bij het ontstaan van de abdijen van Nijvel (voor 652), van Andenne (692) en van het Ierse klooster te Fosses (649).
Belangrijk is ook dat de kloosters zorgden voor het neerschrijven van het werk van de zendelingen en bekeerlingen via de vitae of levensbeschrijvingen (hagiografie).

Nadat de bischoppelijke structuur ca. 700 goed gevestigd was, werd een aanvang gemaakt van het stichten van parochies. De oudste parochies ontstonden in Haspengouw en dateren van de 8ste en de 9de eeuw. Misschien is het voorkomen van talrijke Karolingische domeinen en het feit dat Haspengouw een doorgangsgebied was tussen Parijs en Aken hier niet vreemd aan. Lokale kerken waren vaak in handen van de heerlijkheid (m.a.w. de lokale heer). De geestelijkheid voerde daarom een kerktaks (kerkelijke tienden) in met als doel eigen financiële middelen te verwerven en zo onafhankelijk te worden van de grondheer. Men betaalde de kerkelijke tienden aan de kerk in het gebied waar men woonachtig was. Als gevolg daarvan ontstonden de parochies als territoriale eenheden. Een parochie heeft naast een vast territorium een vaste bidplaats met eigen patrimonium, vast personeel (parochiepriester benoemd door de bisschop, onderpastoor, koster...) en een gemeenschap van gelovigen die erbij veronden is voor alle sacramenten (rites de passage: doopsels, plechtige communie, huwelijken begrafenisssen).


Terug naar de inhoud